Michelle Andon

22. jan, 2014

De man slaat de deur van zijn auto dicht en opent zijn paraplu. Met de telefoon tegen zijn oor steekt hij over en schrijdt de grote winkelstraat in. Zijn paraplu buigt met iedere windstoot mee, naar achteren of opzij, afhankelijk van de waairichting. Als zijn schouderlange haar in één klap voorover wordt geblazen, draait de man zich lopend om. Het bovenste stuk van zijn jasje zwaait dan open en laat het knopje van een rode stropdas zien. `Niet realistisch genoeg? Houdt hem nog vijf minuten bezig. Je vindt wel een manier. In geen geval verkopen voor die prijs,´ brult hij in het toestel en steekt het vervolgens in zijn broekzak.

De regen komt ineens met bakken uit de lucht. Voordat de man de hoek om loopt, pakt hij de randen van zijn paraplu goed vast. Tevergeefs. Door de tocht schieten de ijzeren pennen achterover en weigeren hun opbollende vorm te hernemen. Het hemelwater stroomt over zijn haren en gezicht. `God verdomme!´ De man smijt de paraplu tegen de grond, springt een paar keer erop en schopt hem voor zich uit. Een jonge vrouw schuilt verderop onder een dakrand en kijkt naar een vitrine. Het misvormde voorwerp schuift over de stoep tot aan haar voeten. Ze slaakt een korte schreeuw en tuurt argwanend naar de man.

Met zijn hoofd tussen zijn schouders versnelt deze zijn stappen. Voordat hij het gebouw met de vitrine binnenloopt, slaat hij de vrouw glimlachend gade en wenst haar goedemiddag. Van schrik verstart ze voor het glazen kast, waarachter nieuwe schilderijen staan tentoongesteld. Daar, in hun midden, pronkt een foto van de kunstenaar. Een haarlok valt opstandig voor zijn ogen. Zijn blik draagt iets mysterieus in zich…

9. jan, 2014

 

Vragen. Van jongs af aan word je gebombardeerd met allerlei vragen. Wat wil je worden als je later groot bent? Wil je trouwen? Wil je kinderen? Heb je liever een begrafenis of een crematie? Een leven vol vragen waarop een zinnig antwoord van jou wordt verwacht.

Niemand vraagt je echter of je geboren wilt worden. Of je überhaupt een leven wílt. Je wordt op een dag zogenaamd midden in Tokio neergestort en daarvandaan moet je in je eentje je weg zoeken. Drukke straten met rare bochten, vreemde mensen die jou niet begrijpen en dat helemaal niet erg vinden, `toeristen´ zoals jij die tenslotte allemaal op hetzelfde eindstation belanden.

Heb je de pech om verdwaald te raken en je ziet het niet meer zitten, dan is er de optie om er niet meer te zijn.  Ja, dat is wel degelijk een optie. Maar je bent geen lafaard en ook geen samurai, dus je kiest er niet voor. In plaats daarvan loop je verder door de doolhof van je bestaan, hopend dat je ergens het licht gaat zien. Terwijl jij daar al je energie in steekt, verschijnen er van die alwetende levenfluisteraars uit de hoeken, die jou met een grijns van oor tot oor hun motto opdringen: `Carpe diem!´

Dat hebben ze geleend van de Romeinen, die bekend stonden voor hun obsessie om overal plezier uit te halen. Desondanks geloof ik niet dat ze toen, voordat ze een christen voor de leeuwen gooiden, tegen hem zeiden: geniet van het moment!

Vreemd dus dat we ons vandaag de dag nog erger dan de Romeinen willen gedragen. Hoor je over een kind dat vanwege honger of oorlog sterft in een of ander ver land, dan ga je dat lekker wegwuiven en je gevoelens uitschakelen,  door voor jezelf te besluiten: carpe diem! Heeft iemand zijn baan verloren of is zijn bedrijf failliet gegaan, ga je hem troosten door hem eraan te herinneren hoe mooi het leven al niet is, dus…carpe diem!

Welkom in de carpe-diem-wereld, want daar bevind jij je eigenlijk in. Zelf wil ik niet meer de dag plukken en niet aan morgen denken, maar juist op de toekomst kunnen rekenen.  Ook wil ik weten waarom sommigen steeds tegen hobbels moeten vechten, hoe we een pad zonder kronkelen vinden en wanneer we uit die doolhof komen. En zeg me niet dat mijn vragen zinloos zijn en niemand het antwoord weet.

 

 

 

12. dec, 2013

`Für Elize´. De muziek sloeg in welluidende golven uit de vleugel. Achter de toetsen zat een jongeman die het beroemde stukje buiten speelde. Ik bleef midden op de stoep stilstaan. Gedachten, drukte, kou - alles wat mij bezig hield tot op dat moment smolt met de zachte tonen mee. De ruimte werd op deze plek door vrede overstroomd.
`Mooi, hè?´ vroeg ik aan de oude heer die naast me stopte om te luisteren. Hij haalde zijn schouders op.`Niets bijzonders. Het kan beter,´ zei hij en liep door.
Hij had gelijk. Niet alle noten klonken even zuiver, de melodie bouwde zich wat langzaam voort. De uitvoering van de jongeman was `middelmatig´, zou mijn muziekdocent hebben gezegd. Ik wierp een blik naar de vaas op de grond, waarin voorbijgangers geld mochten gooien. Inhoudsloos. Waren de eigenaardige manier van zijn interpretatie en de emoties die hij naar boven haalde helemaal niets waard?
Hij maakte`Für Elize´ af en na een korte aanpassing van houding begon hij nog een keer te spelen. Hetzelfde. Ik stak mijn handen met handschoenen aan in mijn jaszakken en volgde zijn bewegingen. Zo nu en dan deed hij zijn ogen dicht, alsof hij over iets droomde dat niet bij deze wereld hoorde. Bij het zware gedeelte verborg en onthulde zijn haar afwisselend zijn gezicht, iedere keer als hij zijn hoofd voorover boog of achterover zwaaide.
Zou hij ooit op een podium staan, als hij zijn passie zou verbinden met hard werken? Misschien wel, maar dat boeide hem waarschijnlijk niet. Niet iedereen met een begaafdheid hunkert naar succes. Veel talentvolle mensen nemen, als ze ´t geluk niet hebben om ontdekt te worden, genoegen met de reacties om hen heen. Of deze van hun vrienden, familie of van onbekenden komen. Ze maken zich geen zorgen over hun `middelmatigheid´. Er is geen middelmaat in wat ze doen, zolang ze er van volledig genieten.
Zoals de jongeman achter de vleugel. Toen hij ophield, ging ik naar hem toe en vroeg waarom hij steeds dat stuk van Beethoven liet horen. Hij streek zijn haar achter zijn linkeroor en liet me een klein toestel zien. `Ik ben slechthorend. Dit is het enige liedje dat ik goed kan spelen.´ Hij glimlachte trots. Voor hem was het niveau dat hij bereikte hoog genoeg om zijn pianospel met iedereen te delen. Voor zijn gevoel was hij bijzonder.

 

2. dec, 2013

De nieuwe buurvrouw laat me binnen. Geen handdruk, wel drie kusjes op de wangen. Jasje apart ophangen, schoenen uittrekken, handen schoonboenen met Dettol. ` Dit is het standaard ritueel voor iedereen die op bezoek komt´, zegt ze.

 

Ik glimlach begripvol en volg haar naar de woonkamer. Mijn voeten verzuipen in het vloerkleed. Ik voel me bijna ranzig als ze de witte wol aanraken. Alles om me heen glanst, vooral de luxe leren bank die mij uitnodigt te gaan zitten.

 

`Wacht!´, roept buurvrouw. Ze haalt een deken tevoorschijn en spreidt hem over de bank heen. `Nu mag het.´ Ik glimlach weer en laat me langzaam zakken in een hoek. Buurvrouw verzet een leunstoel voor zichzelf.

 

Op tafel zet ze twee halfvolle glazen neer.`Grapefruitsap. Heerlijk. Het werkt waanzinnig bij het afvallen.´

Ik wil hierop reageren, maar het drankje staat al voor mijn neus. Buurvrouw rukt de verpakking van mijn meegebrachte cake open en laat de inhoud op een schaal glijden. Voordat ze het gebak in plakjes snijdt, wast ze haar handen met Dettol.

 

`Ik zou graag eens bij je langs willen komen, maar je hebt een kat,´ vertelt ze.

`Eigenlijk drie. We hebben twee zwerfkittens geadopteerd.´

Ze trekt een vies gezicht. Ik weet niet of dat is om wat ik zei, of omdat ik kruimels uit mijn mond liet vallen.

`Meestal stoeien ze in de tuin. Zo lastig zijn ze niet´, verweer ik me.

 

Ik neem een slokje uit mijn glas, terwijl ze verder kletst.`En die vieze poten van hun…Wist je dat er pantoffels voor huisdieren te koop zijn?´

Ik barst in lachen uit. De lach gaat over in een hoest. Een stukje vruchtvlees blijft vastzitten in mijn keel. Het kriebelt en ik krijg al gauw braakneigingen. Ik haast me naar de gang maar ik bereik hem niet. Een dosis van mijn maagvocht schiet uit op het tapijt.

 

Ik durf niet op te kijken. Ik hoor stappen, gevolgd door kokhals geluiden. Buurvrouw gaat over haar nek boven de plee. Spoedig ruim ik mijn troep op met keukenpapier. Ik klop op de wc deur. `Sorry, ik voel me niet zo lekker. Ik ga nu weg, oké?´

 

Er komt geen antwoord. Ik trek mijn jas en schoenen aan en maak dat ik verdwijn. Die gele plek op haar vloerkleed zal blijven. Zonde. Als ze mij van tevoren had gevraagd wat ik wil drinken, had ze geweten dat ik allergisch ben voor vruchtensap met drab.

 

3. nov, 2013

 

Ik ben nu al drie dagen een giraf. Het foute antwoord op een raadsel dat heel Facebook in beslag genomen heeft, eist dat je direct je menselijke profielfoto met een portretje van dit dier vervangt. Geen punt voor mij, ik houd van giraffen, ze kijken je altijd aan alsof je tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld bent.

Er zijn echter een paar figuren in opstand gekomen, op de site en in de media, want waarom zou dit `kinderachtig en dom spelletje´ moeten doorgaan? Deze figuren, en andere vergelijkbare personages, die zichzelf maar al te graag te serieus nemen, zou ik eens volgende vragen willen stellen:

Heb je ooit gedroomd over gaan slapen, zonder dat je twintig keer op een kant, dan weer twintig keer de andere kant om moet draaien, terwijl je betere plannen voor de toekomst bedenkt?

Heb je ooit gewild dat je kon springen, hollen, schreeuwen, in bomen klimmen, schelden, slaan, keihard lachen, zonder dat iemand jou voor gek verklaart?

Heb je ooit gedroomd over de cadeautjes die je met feestdagen zou krijgen, zonder je zorgen te maken over wat je aan anderen moet geven?

Heb je ooit naar een circusshow willen gaan, alleen om dat magisch gevoel van bewondering en ontroering van toen je vijf jaar was opnieuw mee te maken?

Ben je ooit in tranen uitgebarsten, zonder echte reden, alleen omdat je wist dat mama of papa jou meteen zouden komen troosten?

Heb je ooit een hele taart willen opeten, zonder dat je aan de kinderen in Afrika herinnerd wordt?

Heb je ooit alle lichten aan willen laten ´s nachts, gewoon omdat je bang was, zonder aan de energierekening te denken?

Heb je ooit gewild dat je fantasievriendje uit je peuterjaren er nog was, zodat je samen met hem verhaaltjes kon verzinnen, en je niet meer eenzaam voelde ondanks de drukte om je heen?

Heb je ooit iemand verloren en gewild dat je geen pijn voelde, maar er zeker van was dat die iemand weer terugkomt?

Heb je überhaupt ooit de kleine prins van Saint-Exupéry ontmoet? En als je hem ziet, wil je alsjeblieft een Zwarte Piet voor hem tekenen?