3. feb, 2015

Nu

 

Ik loop over straat en af en toe richt ik mijn blik omhoog. De regen is sinds gisteren gestopt. De lucht is nu lichtblauw, een paar wolken rafelen in dunne draden uit, alsof er één of andere poes met bollen witte wol gespeeld heeft.

`Ik heb er vrede mee,´ hoor ik de stem van mijn vriendin in mijn hoofd. `Ik kan nu eindelijk mijn rust nemen.´

 

Haar rust…Wat maakt ons mensen eigenlijk zo onrustig? Waar willen we naar toe en waarom zijn we bang dat we er nooit komen? We halen het beste uit onszelf, we zorgen dat we ons verder ontwikkelen en iets moois creëren, dat we er voor de ander zijn. En toch zijn we nooit tevreden. We kunnen het altijd beter, we moeten anderen vóór zijn, we mogen niet stilstaan, want dan schieten we tekort. We willen als succesvolle mensen herinnerd worden. En wat als dat nooit gebeurt? Zijn we het dan niet waard? Houden we op met leven als het applaus stopt?

 

Soms stellen we ons doelen en laten ons erdoor beheersen. We worden elke ochtend wakker met een gejaagd gevoel en de voortdurende angst om afgewezen te worden. Door wie?

Er zijn mensen die nooit een gave hebben gehad, die nooit de geschiedenisboeken in zullen komen. En toch voelen ze zich speciaal. Omdat de enige mening over hen die er toedoet, hun eigen mening is. Ze hoeven niet te bewijzen dat ze`iemand´ zijn, want ze zijn er. Ik ben, jij bent, wij zijn er al. Nu.

 

Moeten we dan genoegen nemen met middelmatigheid? Het hangt ervan af. Middelmatigheid in de ogen van anderen, of in die van ons? Een fatsoenlijke baan, een lieve partner en een handvol vrienden kan goed genoeg zijn. Dat ons leven niet door iedereen gejuicht wordt, betekent niet dat het niets voorstelt. Er zijn veel chirurgen die later vergeten zijn, ondanks dat ze levens gered hebben. De aarde zelf zal ooit vergaan. Als beroemd zijn ons doel is, hebben we bij voorbaat gefaald.

 

Mijn vriendin heeft hoogstens nog enkele maanden voor zich. Te laat achtergekomen van wat in haar lichaam speelde. Ze heeft geen bestseller geschreven, geen uitvinding gedaan, geen record verbroken. Ze was er gewoon, als mens zijnde, een steen in de piramide van het leven, een lichtpunt voor iedereen die haar kent. En daar heeft ze nu vrede mee. De vrede die wij eigenlijk altijd zouden moeten voelen, als we niet geobsedeerd zouden zijn door wie we willen worden.

 

De draden zijn verdwenen. De lucht is nu diepblauw. Een vliegtuig haast zich op lage hoogte naar het vliegveld in de buurt. Zoals gewoonlijk zwaai ik, op mijn tenen en met beide handen omhoog. Zouden ze me zien?