7. mei, 2014

De houten doos

 

  `Wij kennen het leven niet; hoe kunnen wij de dood dan kennen? ´ (Chinees gezegde)

 

Toen ik nog jong was, zo jong dat mijn hersenen hopeloos met het onthouden van de tafels worstelden, kreeg ik van mijn oom een houten doos als verjaardagscadeau. Niet groter dan mijn hand, gegraveerd met sierlijke bloemen en `magische tekens´, zoals ik een paar Oosterse letters noemde, had hij aan de bovenkant een heel smal dekseltje met een rond handvat. Als ik daar aan trok, sprong er meteen de kop van een slang uit, die een paar lange ijzeren tanden naar mijn vingers richtte. Hij stak ze er niet in, maar stopte net dicht genoeg bij mijn huid om me de stuipen op mijn lijf te jagen.

 

Dit soort cadeautjes kreeg ik vaker van mijn oom - hij had een vreemd gevoel van humor en was gezegend met een vrije geest, waarmee hij anderen graag wilde inspireren. Afgezien van de schrik die ik bij het openen ervan nooit kon onderdrukken, heeft dit houten doosje mij direct enthousiast gemaakt en werd mijn favoriete speelgoed, dat ik met plezier gebruikte om mijn vrienden bang te maken.

 

Niet lang na deze verjaardag werd mijn oom ziek en verliet mijn wereld. Het was een schok voor mij, des te meer omdat ik nog nooit een sterfgeval van een bloedverwant had meegemaakt. Dat niet alleen in andere families, maar ook in die van ons zoiets verschrikkelijks als de dood zou zegevieren, kon ik maar met moeite bevatten. Er moest ergens een uitleg hiervoor zijn, dacht ik in mijn naïviteit, terwijl ik naar de houten kist bleef staren, waar mijn geliefde oom in sliep. De versiering aan de buitenkant paste net zo slecht bij de inhoud als dat bij zijn laatste cadeau het geval was.

 

Toen ook mijn oma, de liefste vrouw die ik ooit gekend heb, ongeneeslijk ziek bleek te zijn, werd mijn onbegrip nog groter. Terwijl iedereen er zeker van was dat ze geen kans meer maakte, bleef ik hopen dat er een wonder zou gebeuren en ze bij ons zou blijven. Maar dat gebeurde niet. Haar dood voelde net zo onverwacht aan als die van mijn oom, en de vraag `Waarom?´ nestelde zich voor de rest van mijn leven in mij, tegelijk met de hoop dat ik ooit een bevredigend antwoord hierop zou krijgen.

 

Nu ik steeds ouder word, vallen familieleden en goede vrienden om als bomen, en ik kan er maar niet aan wennen aan dat steeds afscheid nemen. Net als bij het openen van de houten doos. Ik weet wat erin schuilt, maar de angst die mij iedere keer opnieuw doet gillen als ik het deksel open trek, kan ik maar niet bedwingen. Ooit zal het beest echt in mijn vingers bijten en zijn gif in mijn bloed laten stromen, vast en zeker wanneer ik het het minst verwacht, want het spelletje is sluw en hoe enthousiast je er ook aan mee begonnen bent, je zult het altijd verliezen.