22. jan, 2014

Regen

De man slaat de deur van zijn auto dicht en opent zijn paraplu. Met de telefoon tegen zijn oor steekt hij over en schrijdt de grote winkelstraat in. Zijn paraplu buigt met iedere windstoot mee, naar achteren of opzij, afhankelijk van de waairichting. Als zijn schouderlange haar in één klap voorover wordt geblazen, draait de man zich lopend om. Het bovenste stuk van zijn jasje zwaait dan open en laat het knopje van een rode stropdas zien. `Niet realistisch genoeg? Houdt hem nog vijf minuten bezig. Je vindt wel een manier. In geen geval verkopen voor die prijs,´ brult hij in het toestel en steekt het vervolgens in zijn broekzak.

De regen komt ineens met bakken uit de lucht. Voordat de man de hoek om loopt, pakt hij de randen van zijn paraplu goed vast. Tevergeefs. Door de tocht schieten de ijzeren pennen achterover en weigeren hun opbollende vorm te hernemen. Het hemelwater stroomt over zijn haren en gezicht. `God verdomme!´ De man smijt de paraplu tegen de grond, springt een paar keer erop en schopt hem voor zich uit. Een jonge vrouw schuilt verderop onder een dakrand en kijkt naar een vitrine. Het misvormde voorwerp schuift over de stoep tot aan haar voeten. Ze slaakt een korte schreeuw en tuurt argwanend naar de man.

Met zijn hoofd tussen zijn schouders versnelt deze zijn stappen. Voordat hij het gebouw met de vitrine binnenloopt, slaat hij de vrouw glimlachend gade en wenst haar goedemiddag. Van schrik verstart ze voor het glazen kast, waarachter nieuwe schilderijen staan tentoongesteld. Daar, in hun midden, pronkt een foto van de kunstenaar. Een haarlok valt opstandig voor zijn ogen. Zijn blik draagt iets mysterieus in zich…