3. nov, 2013

Clichéhaat

`Het leven is niet eerlijk. Aan alles komt een eind. Morgen weer een nieuwe dag.´ Ik typ deze zinnen zo snel ik het kan en haal ze vervolgens achterwaarts weg. In het venster dat op mijn beeldscherm open staat, verschijnt een huilende smiley. De relatie van mijn oudste met haar eerste vriend is na ruim twee jaar stuk gelopen.

 

Ik twijfel aan mijn reactie. Wat heeft die arme meid aan een paar uitspraken die iedereen gebruikt als we het even niet meer zien zitten? Diep in mijn geheugen graf ik naar een soortgelijke episode. Adolescentietijd. Wat wilde ik horen? Zat ik toen echt op clichés te wachten?

 

 Of hoopte ik op een belofte, een drankje dat mijn pijn genezen kon? Ik weet nog dat ik wilde dat die ervaring mij gespaard gebleven was. Ik schreeuwde dat ik dat niet verdiende en zwoer dat mij zoiets  nooit meer overkomen zou, terwijl ik iedere dag stiekem huilde, naar school ging, at, mijn tanden poetste, sliep, goedemorgen zei en tot ziens, schopte sneeuwmannen in de winter en bluste zomers in de zee. Al die tijd geloofde ik dat ik anders dan anderen was en geen clichés nodig had.

 

Ik schuwde ze toen, omdat ik de werkelijkheid niet aan kon, maar gaandeweg zag ik dat mensen nog een reden hadden om clichés te haten: hun leven was saai. Het moest aandoenlijker, interessanter, begeerlijker worden. Hun haat werd met de jaren groter. Ze kopen nu een ticket naar de maan, alsof de aarde geen geheimen meer voor ze heeft, verafschuwen gedichten en klassieken en zijn op zoek naar vijftig tinten grijs. Het is voor hen een schande als jij je aan clichés vasthoudt.

 

Terwijl clichés doorgaans de waarheid spiegelen. Ik kan me niet meer herinneren hoe vaak heb ik gehoord dat wat mij niet doodt, mij sterker maakt. En hoeveel keer heb ik dat achteraf beaamd. Ik kijk naar het scherm en ik zie dat mijn dochter offline is gegaan. Ze was het wachten op mijn reactie beu.

 

Ik twijfel niet meer, ik weet wat ik ga schrijven: `Ik houd van jou´. Het grootste cliché van allemaal.