14. okt, 2013

Wake-up call

De oprichter van Facebook moet een bemoeiziek mens zijn. `Wat ben je aan het doen?´ staat iedere ochtend weer op mijn tijdlijn. Ik peuter grondig in mijn neus, wat denk je dat ik doe. Ik schrijf dat niet op, want dat is goor, ik open meteen de startpagina, want hier vind ik alle postjes van mijn vrienden. Ik neem de verse door, en zeg overal ja en amen op. Uit beleefdheid. Soms uit ergernis. Niemand een verschrikkelijke nachtmerrie, stroomstoring, of liever nog allebei tegelijk meegemaakt vannacht?

 

Meestal struikel ik over foto´s met dieren, de beste muziekkeuzes passend bij de laatste gemoedsstemmingen en nieuwe profielfoto´s, want tja, het zelfvertrouwen moet groot blijven. Vooral de oudere leden zetten er een foto op uit hun jeugdige jaren, toen ze nog goed in de markt lagen. Dus steek ik bij wijze van spreken bij iedere boodschap een duimpje omhoog, dan stuur ik een vriendschapsverzoek naar een vriend van een vriend van een vriend, die meer dan 500 `vrienden´ heeft.  Negen van de tien keer gaat hij mij toevoegen – wat maakt het uit, nog een volslagen vreemde bij? Hem niets, mij wel, want ik sta nog wazig in het Facebook vizier. Je bent niet zichtbaar als je geen horde `vrienden´ hebt.

 

Rond twaalf uur worden de late buddy´s wakker. Je merkt het aan hun status: `Zo, zo, eerst een bakkie koffie, vind je niet?´  Of `Lekker, een biertje op je lege maag.´ Zodra de mist in hun oogbollen zich terugtrekt, klikken ze ook op ` ik vind het leuk´ bij mijn berichten. Alsjeblieft zeg.

Is een vriend jarig, dan wordt hij met toeters en bellen gefeliciteerd, maar jou op zijn verjaardag uitnodigen, ho maar.

 

Er zitten ook veel schrijversvrienden tussen. Die geven gewoonlijk geen reacties op reacties. Ze doen me denken aan mijn kat, als ik haar roep gezellig op mijn schoot te komen. `Kom, Tasha!´ Niets. `Tasha, kom hier, haarbal!´ Niets. Ze ligt daar op de grond met haar ogen dicht en haar snorharen gestopt tussen haar voorpoten. Pas als ik het geluid maak dat haar eten voorstelt, slaat ze haar oortjes naar achteren, bruusk geïnteresseerd.

 

Sommige schrijversvrienden hebben zich al bewezen. Iedere keer als ik hun namen tegenkom, voel ik een stel priemende ogen achter de vraag van Zuckerberg opdoemen: `Wat ben je aan het doen? Zit je weer te gluren op mijn site in plaats van te schrijven? ´