7. okt, 2013

As good as it gets

Ik heb me jaren afgevraagd of mijn ouders mijn echte ouders zijn.

Neem nou mijn moeder, Boeboelina. Een bijzonder mens. Voor ik een puppy kreeg, op mijn verjaardag, moest ik beloven dat ik hem haar eigen naam zou geven. Wat was ik blij toen bleek dat Boeboelina doof geboren was.

Ik daarentegen liet mijn dochter zelf een benaming voor haar kitten kiezen, uit een sublieme namenlijst die ik vooraf al had bedacht. Ze koos voor Piske.

En dan mijn vader, de kunstenaar. We gaan ervan uit dat hij überhaupt mijn vader wás. Tussen tijden van nuchterheid en dutjes door schilderde hij landschappen en portretten. Geen idee of hij hier zijn brood mee kon verdienen, want op een dag werd hij verliefd op zijn model en vloog hij hiermee richting een ander oord.

Zelf ben ik nooit verder in mijn tekenkunst gekomen dan een hangend mannetje, zoals in Galgje. Dat spelletje waarbij je vijf stokjes samenvoegt aan een lege cirkel - best ironisch eigenlijk. Ik lijk zodoende niet op vader. Daar hoeft mijn volgende partner zich geen zorgen over te maken.

Nu dat we over de belangrijkste karaktertrekken gehad hebben, is het tijd om op de fysieke gelijkenissen met mijn ouders te focussen. Het makkelijkste deel, zou je zeggen. We beschikken, alle drie, over donkerbruine ogen. Idem dito geldt voor meer dan de helft van de aardbewoners. Mijn gewicht is altijd licht geweest, bijna minimalistisch verdeeld op de smalle botten. Ik heb een stevige moeder, waardig kroost van hardwerkende boeren die niet terugdeinsden voor een homp rauw spek als ontbijt. Hoog voorhoofd, pa ook, maar hij was kaal, lengte gestopt vroegtijdig, toen hij ons nest verliet.

Ik heb me dus jaren afgevraagd of mijn ouders mijn echte ouders zijn. Tot ik toevallig dit in een gezondheid tijdschrift las: `Er zijn kinderen die op beide ouders lijken, kinderen die op één van de ouders lijken en kinderen die noch op hun vader, noch op hun moeder lijken.´ Wellicht zijn mijn twijfels iets wat iedereen weleens overkomt, anders zou dit artikel niet hierin staan, dacht ik. Toch was ik niet geheel gerustgesteld.

Vorige week stuurde ik een paar foto´s naar mijn pianoleraar, met wie ik na vijfentwintig jaar het contact herstelde. Facebooktoverij.

 `Je lijkt op je moeder,´ was zijn reactie.

 `Herinnert u mijn moeder nog?´

`Tuurlijk. Hoe kan ik die ondeugende blik van haar vergeten?´

Mam??