3. okt, 2013

Mongolisch of niet?

 

`Alsjeblieft, schat, niet weer dit!´

Een duivelse glimlach loopt op het smoeltje van mijn elfjarige dochter van oor tot oor, terwijl ze Barbie tevoorschijn haalt op de kijkbuis. Dat doet ze elke maandagavond weer, met een onbegrijpelijke toewijding.

Ik probeer de afstandsbediening uit haar hand te rukken, maar ze klemt haar vingers erom: `Niet doen! Het is leuk!´

`Kom nou, meid, hier kun je toch niets zinnigs van leren!´ Ik waag een nieuwe poging om de zender te veranderen, maar in een flits herinner ik me dat zij een puber is en ik geen schijn van kans maak. Het kost me moeite om de opkomende gil in mijn keel tegen te houden.

 Met de armen gekruist leun ik achterover op de bank en laat de televisiebeelden hun werk doen. Het geluid dringt zich als gewoonlijk op met een reeks van `euh…weet je…dus euh…hoe heet het…euh´ in mijn trommelvliezen. De lichtjes in mijn brein gaan een voor een uit en ik beland in een bizarre toestand van gedwongen ontspanning en wanhoop.

Ineens beukt Samantha haar wijsvinger tegen het midden van haar voorhoofd: `Dan ben je toch mongolisch, of niet dan?´ Ik schrik. Zo veel inzicht en diepgang had ik niet van haar verwacht.

Gelukkig begint ze een take later over haar `kuthaar´, ik bedoel schaamhaar te praten, want Michael zou hier `vlechten in kunnen doen.´ Dat ze geen scheermesjes meer had is nu van secundair belang.  De kijkers van mijn dochter boren door mijn rechterwang heen, dus ik draai me om. Haar mond staat op een kier, haar wenkbrauwen schuiven onbeslist naar elkaar toe, zoals wanneer ze stukjes appels tussen haar tanden vandaan vist en andersom. Ze wacht op mijn reactie die niet komt, dan richt ze haar blik terug op het scherm.

Ik ruik zowat een telegram op mijn naam aankomen. `Jij bent de moeder. STOP. Verklaar je nader. STOP.´

Gebukt onder verantwoordelijkheidsgevoel mik ik op de afstandsbediening, maar de spieren in mijn handen zijn, net als mijn grijze cellen, uitgeschakeld.

Mijn dochter giechelt: `Wat een debielen!´  Ze amuseert zich. STOP. Ik ook. STOP. Dan is dit programma toch ergens goed voor, of niet dan? STOP.