Michelle Andon

31. dec, 2015

Wat ik dit jaar geleerd heb, is dat er veel ergere dingen zijn dan het verliezen van een wedstrijd, een droom die mank uitkomt, het verliezen van een baan of een relatie die ten einde loopt. Wat te zeggen over het plotseling overlijden van een naast familielid of van je beste vriend, over het nieuws dat je ongeneeslijk ziek bent, over het kwijtraken van jouw huis en zelfs jouw land, over de innerlijke en daadwerkelijke strijd om door te gaan met leven, wetende dat er niemand is die om je geeft?

 

Laten we elkaar als onschuldig beschouwen, tot het tegendeel is bewezen. Want negenennegentig procent van de tijd zijn de anderen er niet op uit om ons een loer te draaien. Ze denken niet eens aan ons. De meesten van hen handelen uit angst en hun eerste doel is om zichzelf te beschermen. Ze zoeken alleen maar een beetje veiligheid en wat liefde. Net als wij. Laten we dicht bij onszelf blijven en het vertrouwen vasthouden dat alles uiteindelijk goed gaat komen.

 

Keep doing what you love.
Find out what makes you smile.
Happy New Year! Cool Xxx

12. jun, 2015

 

het gaat best goed dank u

een kleine oorlog af en toe

een kind dat lijdt aan honger

of aan dorst

bijna elk mens is agnost

IS slaat hoofden af frequent

maar we zijn eraan gewend

aardschokken in overvloed

vluchtelingen zijn vervloekt

ze hebben te weinig waarde

liefde figureert als scheldwoord

de dolfijnen plegen zelfmoord

om maar niets te zeggen over

de opwarming van de aarde

geld was nooit zo link en machtig

voor de rest gaat alles goed

het leven is fijn

het leven is prachtig.

3. feb, 2015

Nu

 

Ik loop over straat en af en toe richt ik mijn blik omhoog. De regen is sinds gisteren gestopt. De lucht is nu lichtblauw, een paar wolken rafelen in dunne draden uit, alsof er één of andere poes met bollen witte wol gespeeld heeft.

`Ik heb er vrede mee,´ hoor ik de stem van mijn vriendin in mijn hoofd. `Ik kan nu eindelijk mijn rust nemen.´

 

Haar rust…Wat maakt ons mensen eigenlijk zo onrustig? Waar willen we naar toe en waarom zijn we bang dat we er nooit komen? We halen het beste uit onszelf, we zorgen dat we ons verder ontwikkelen en iets moois creëren, dat we er voor de ander zijn. En toch zijn we nooit tevreden. We kunnen het altijd beter, we moeten anderen vóór zijn, we mogen niet stilstaan, want dan schieten we tekort. We willen als succesvolle mensen herinnerd worden. En wat als dat nooit gebeurt? Zijn we het dan niet waard? Houden we op met leven als het applaus stopt?

 

Soms stellen we ons doelen en laten ons erdoor beheersen. We worden elke ochtend wakker met een gejaagd gevoel en de voortdurende angst om afgewezen te worden. Door wie?

Er zijn mensen die nooit een gave hebben gehad, die nooit de geschiedenisboeken in zullen komen. En toch voelen ze zich speciaal. Omdat de enige mening over hen die er toedoet, hun eigen mening is. Ze hoeven niet te bewijzen dat ze`iemand´ zijn, want ze zijn er. Ik ben, jij bent, wij zijn er al. Nu.

 

Moeten we dan genoegen nemen met middelmatigheid? Het hangt ervan af. Middelmatigheid in de ogen van anderen, of in die van ons? Een fatsoenlijke baan, een lieve partner en een handvol vrienden kan goed genoeg zijn. Dat ons leven niet door iedereen gejuicht wordt, betekent niet dat het niets voorstelt. Er zijn veel chirurgen die later vergeten zijn, ondanks dat ze levens gered hebben. De aarde zelf zal ooit vergaan. Als beroemd zijn ons doel is, hebben we bij voorbaat gefaald.

 

Mijn vriendin heeft hoogstens nog enkele maanden voor zich. Te laat achtergekomen van wat in haar lichaam speelde. Ze heeft geen bestseller geschreven, geen uitvinding gedaan, geen record verbroken. Ze was er gewoon, als mens zijnde, een steen in de piramide van het leven, een lichtpunt voor iedereen die haar kent. En daar heeft ze nu vrede mee. De vrede die wij eigenlijk altijd zouden moeten voelen, als we niet geobsedeerd zouden zijn door wie we willen worden.

 

De draden zijn verdwenen. De lucht is nu diepblauw. Een vliegtuig haast zich op lage hoogte naar het vliegveld in de buurt. Zoals gewoonlijk zwaai ik, op mijn tenen en met beide handen omhoog. Zouden ze me zien?

12. okt, 2014

Ik ben een huilebalk. In de bioscoop rollen de tranen over mijn wangen al voordat de film begint. De onschuldige trailers maken blijkbaar ontzettend indruk op me. Als de persoon naast me dit toevallig opmerkt, sus ik zijn of haar verbazing met een kort `Ik ben overgevoelig.´

In feite schaam ik me ervoor. Want ik jank werkelijk bij alles: spotjes met hulpeloze dieren, omgehakte bomen en dode vissen, graatmagere kindjes en beelden van eeuwig durende oorlogen. Ik vraag me weleens af of ik echt overgevoelig ben of zijn het de mensen om me heen die amper of helemaal niet vatbaar voor dit soort zaken zijn?

Ik ken er namelijk genoeg bij wie de traanklieren alleen tijdens het uien snijden werken, of die zich hun biefstuk niet minder laten smaken, terwijl op het journaal een medeschepsel wordt onthoofd. Als ik vraag hoe ze daar tegen kunnen, antwoorden ze met `Het is toch ver van huis´, of `Stel je niet zo aan.´

Eerlijk is eerlijk: drama is een dagelijks terugkerend item in ons leven. Misschien zijn de mensen over wie ik het heb in het begin ook gevoelig geweest, en dwingt de machteloosheid, hun ooit genomen besluit dat je niets kunt doen aan al die ellende, het inzicht dat de slachtoffers niet de eerste en vast ook niet de laatste zullen zijn, hen nu om onverschillig te reageren. Ze keuren het onheil niet goed, maar ze laten zich er ook niet door raken.

Begrijpelijk, maar wat moeten onze kinderen hiervan leren? Dat ze maar beter stoppen met zich inleven, omdat het vechten tegen leed, niets anders schijnt te zijn dan water naar de zee dragen? Dan gaan we in de goede richting. Bij `Hachi´, een hartverscheurend filmverhaal over een bijzondere hond, valt mijn tienerdochter in slaap. Mijn oudste vertrekt bij `Titanic´ geen spier. `Hebben jullie geen hart?´, vraag ik half lachend, half serieus. Ze snappen me niet, sterker nog, ze gaan de draak met me steken.

Ik ben benieuwd hoe we ons verder gaan ontwikkelen. Of we, als in de middeleeuwen, huilebalken zoals ik gaan huren bij begrafenissen, omdat we niet meer in staat zijn om om onze eigen doden te treuren. 

Volgens onderzoekers is iedere nieuwe westerse generatie gelukkiger dan die daarvoor. Is ongevoelig worden misschien dé voorwaarde om gelukkig te zijn? Zijn we nu, zonder dat we het in de gaten hebben, hard onderweg naar de robotisering van ons eigen zelf?

 

 

(Metro kranteditie 28-10-2014)

7. mei, 2014

 

  `Wij kennen het leven niet; hoe kunnen wij de dood dan kennen? ´ (Chinees gezegde)

 

Toen ik nog jong was, zo jong dat mijn hersenen hopeloos met het onthouden van de tafels worstelden, kreeg ik van mijn oom een houten doos als verjaardagscadeau. Niet groter dan mijn hand, gegraveerd met sierlijke bloemen en `magische tekens´, zoals ik een paar Oosterse letters noemde, had hij aan de bovenkant een heel smal dekseltje met een rond handvat. Als ik daar aan trok, sprong er meteen de kop van een slang uit, die een paar lange ijzeren tanden naar mijn vingers richtte. Hij stak ze er niet in, maar stopte net dicht genoeg bij mijn huid om me de stuipen op mijn lijf te jagen.

 

Dit soort cadeautjes kreeg ik vaker van mijn oom - hij had een vreemd gevoel van humor en was gezegend met een vrije geest, waarmee hij anderen graag wilde inspireren. Afgezien van de schrik die ik bij het openen ervan nooit kon onderdrukken, heeft dit houten doosje mij direct enthousiast gemaakt en werd mijn favoriete speelgoed, dat ik met plezier gebruikte om mijn vrienden bang te maken.

 

Niet lang na deze verjaardag werd mijn oom ziek en verliet mijn wereld. Het was een schok voor mij, des te meer omdat ik nog nooit een sterfgeval van een bloedverwant had meegemaakt. Dat niet alleen in andere families, maar ook in die van ons zoiets verschrikkelijks als de dood zou zegevieren, kon ik maar met moeite bevatten. Er moest ergens een uitleg hiervoor zijn, dacht ik in mijn naïviteit, terwijl ik naar de houten kist bleef staren, waar mijn geliefde oom in sliep. De versiering aan de buitenkant paste net zo slecht bij de inhoud als dat bij zijn laatste cadeau het geval was.

 

Toen ook mijn oma, de liefste vrouw die ik ooit gekend heb, ongeneeslijk ziek bleek te zijn, werd mijn onbegrip nog groter. Terwijl iedereen er zeker van was dat ze geen kans meer maakte, bleef ik hopen dat er een wonder zou gebeuren en ze bij ons zou blijven. Maar dat gebeurde niet. Haar dood voelde net zo onverwacht aan als die van mijn oom, en de vraag `Waarom?´ nestelde zich voor de rest van mijn leven in mij, tegelijk met de hoop dat ik ooit een bevredigend antwoord hierop zou krijgen.

 

Nu ik steeds ouder word, vallen familieleden en goede vrienden om als bomen, en ik kan er maar niet aan wennen aan dat steeds afscheid nemen. Net als bij het openen van de houten doos. Ik weet wat erin schuilt, maar de angst die mij iedere keer opnieuw doet gillen als ik het deksel open trek, kan ik maar niet bedwingen. Ooit zal het beest echt in mijn vingers bijten en zijn gif in mijn bloed laten stromen, vast en zeker wanneer ik het het minst verwacht, want het spelletje is sluw en hoe enthousiast je er ook aan mee begonnen bent, je zult het altijd verliezen.