Painted

 

a vase, a flower and a leaf

you’re just a still life painting with

no deeper meaning underneath

your colors are so vivid, though,

so bright, that blinded people think

‘I know there’s maybe nothing more

than varnish, but… what if?’

Triestig

 

Droomde dat ik me aanmeldde als een zandkorrel in hun schijfje

offerbrood. Achter mij mensen in een carrousel op water,

rondjes draaiend met de doden. Ik werd naar buiten gedragen

 

tergend langzaam, in een voor anderen onzichtbare kist.

Verderop lag de Casino, waar ze op mijn overgebleven geluk

gokten. Op een of andere manier vond ik dat terecht: hun

 

goden waren te goed om echt te zijn. Voor mij wacht een lange

zondag met zo’n akelige regen die niet van ophouden weet

 

 (Het gezeefde gedicht - mei 2017)

Zomer

 

een bloedhete hekel heb ik aan mijn nieuwe overburen

ze staan door mijn raam te loeren, zoekende naar akkefietjes

zouden ze als koeien liggen in hun tuin met wijde omtrek,

dan zou ik een schildersdoek hangen aan hun houten hek

hun staarten wat langer maken en gebruiken als penselen

hun mest in kersverse bollen verdunnen tot aquarellen

op hun hoofden zou ik kronen schilderen van zwarte vliegen

als ze zichzelf in slaap wiegen, langzaam kauwend op grassprietjes,

zacht uitademend luchtbellen.

 

Nichita

 

dat ik vandaag jou ben, de poëet met blonde ogen

en de bodemloze beker in zijn gedicteerde handen

mijn gedichten laat voorlezen door Dora, jouw vrouw,

twintig afgelopen week ik zou ze allemaal bewaren

maar ik ben jou vandaag dus ik scheur ze aan flarden

laat ik drie over, de geniale, gedreven komen er de

nieuwelingen binnen ze stellen weinig voor ik wil ze

per direct wegsturen maar doe jou na en wens

ze welkom er bestaan geen slechte dichters slechts

slechte gedichten spoor ik ze aan daarna loop ik

naar buiten, duisternis, ik krijg de tere schaduw van

een boom als deken terwijl ik liever die van haar heb,

de schaduw van jouw vrouw, want ik ben jou vandaag

en niemand anders hoort mij als ik fluister

dat het groen koud is.

 

(Top 1000Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2016)

 

Omringd door stilte

 

hier, omringd door stilte slaap ik

verbonden aan een tijd van aarde

ik schrik, als iemand weleens stopt

mijn naam in zijn gedachten leest

en hem verleent een soort van waarde

 

dan denk ik graag dat jij het bent

dat je besloot om langs te komen

en uit verveling, of gemis,

jij mij eens toelaat in je dromen

 

je hoeft ook niet te huilen, kind

noch urenlang bij mij te blijven

jouw adem, hij alleen zou vullen

mijn koude, lege winternachten

 

hier, omringd door stilte slaap ik

verbonden aan een tijd van aarde

zoals de tulpen wacht ik op je

zoals tulpen

die op hun allereerste lente wachten

 

(E-bundel `Ongehoord´, 2014)

 

 

Krokusblauw

 

vanochtend trok ik het gordijn opzij -

de hemel stond krokusblauw ingevuld

zoals ik hem vroeger op school

altijd getekend wou hebben

 

de bomen hadden hun stammen

in sierlijke letters gedraaid en

voor het eerst begreep ik wat de merels floten

 

je naam, dat was het dus

in zoete klank en zo verlangend

dat er mij gauw niets anders restte

dan met ze vals toch luidkeels mee te doen:

 

met zingen voor het raam bezegelde ik toen

mijn liefde voor je, vrouw

 

(`Nederlandse Dagblad´, 31 januari 2015)

 

Geen hemel meer

 

die ochtend werd ik wakker

met pijn in mijn schouders

ik moet vliegen, moeder, zei ik

vandaag nog

het is de albatros in mij

spitsen van zijn vleugels

prikken in mijn vlees

ik breek de muren stuk

gooi de ramen open

laat me de zeeën kennen en de wind!

 

mijn moeder viel toen op haar knieën

en begon te huilen

zij, die mij geleerd had

dat vrijheid voor een vogel

heilig was

zij keek omlaag, pakte mijn handen vast

en fluisterde tussen twee snikken door:

er is geen hemel meer, kind.

 

(literaire tijdschrift `Schoon Schip´, oktober 2014)

station

 

vader en zoon

koffer op het perron

zijn schaduw verdeelt

afstand in zwart en wit

 

kerstlint op maat,

vrouw wikkelt zich

om echtgenoot heen

 

hij raakt haar nieuwe wallen aan -

twee sneetjes versgebakken brood

met zeesmaak

 

jongen sluit stevig man in de armen,

te weinig in aantal, protest buigt

de ouder

 

hoe bewijst zich in kudde een paard

zonder manen?

 

vader hangt zijn gitaar

als een pendelklok

aan zoons schouder,

 

klapt met zijn hielen

de schaduw dicht

en neemt haar mee

 

naar een andere onbesliste

oorlogsdag.

  

(Top 100 - Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2013

- bundel `Daar begint de poëzie´)

verslaafd

 

de omtrek van je lichaam, zo miezerig

gespiegeld door mijn blik

verschrikte jou -

 

je deinsde terug

naarmate ik dichter bij je stapte

 

mijn hart kraakte nog even op een kier

je kon opnieuw naar binnen glippen

als een schimmel

 

duizend liefkozende woorden

knipperend met je vismond

 

maar ik slenterde verder

rillend als een Duitse soldaat

om zijn fles zonder wodka

in de Siberische winter

 

(Top 1000 - Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2013)

 Verwaterd

 

hij houdt niet van jou

echode de schelp

toen ze mijn oor bedekte – plomp, hol en gevoelloos

als een roddelmond

 

zelfs zij wist dat je ogen

volmaakte spinnenwebben waren

waarvoor ik vluchtte en ik vluchtte

tot mijn hoop

erin verstrikt raakte voor jaren

 

de schelp gooide ik verder terug

in de zee, en als een kind zonder zorgen

lachte ik deze uit terwijl ze

op mijn voeten sloeg

met hoger aankomende golven

 

je hield niet van mij

 

nu lig ik hier verslagen op het zand

waar iedere cel van mijn lichaam

wil staken -

als er geen zwaartekracht meer zou bestaan

dan nog

zou ik mezelf niet van de aarde

los kunnen maken

 

de verlossende regen hoor ik zacht in de verte

hinniken

als een kudde wilde paarden:

die zullen later hun doorweekte manen schudden

over mij heen

totdat mijn hart niets meer zal bloeden

dan water

 

                  (bundel `Elly Blom poёziewedstrijd´, 2013)